Soms denk ik dat de emancipatie te ver is doorgeslagen. Zover doorgeslagen dat mannen, vooral mannen tussen middentwintig-begin dertig, niet meer op een vrouw af durven stappen. Of ze doen het gewoon niet meer, omdat vrouwen het zelf allemaal wel kunnen.
Een interessant schouwspel volgt, de man gaat naast de vrouw dansen, de vrouw kijkt naar de man en vindt iets van hem. Zoals dat altijd gaat bij vrouwen, ze vinden meestal altijd wel iets van een man die ze, op wat voor manier dan ook, aandacht geeft. Vervolgens geeft de vrouw een bijna niet te onderscheppen signaal af aan de man. De meeste mannen zijn hier niet gevoelig voor en blijven naar de vrouw kijken. Misschien vraagt hij een vuurtje (hoewel dit tegenwoordig bijna onmogelijk is in uitgaansgelegenheden), misschien gaat hij iets dichterbij dansen.
Afhankelijk van wat de vrouw van de man vindt, handelt de vrouw steeds minder subtiel. Vindt de vrouw in kwestie de man onaantrekkelijk en oninteressant, zal de vrouw zich op haar vriendinnen storten. Vindt de vrouw in kwestie de man wel interessant, dan zal ze terug kijken en wachten op de man. (ik heb het over de meeste gevallen, uitzonderingen en femme fatale’s uitgesloten).
Hier gaat het mis, de vrouw wacht af, de man wacht af. Er gebeurt niets. Is dit nou waar onze moeders voor hebben gevochten? Waar ze dure bh’s voor in de fik hebben gestoken? Voor mannen die bang zijn geworden voor de vrouw?
Mannen durven niet meer. Ik denk dat het de schuld is van de emancipatie. En natuurlijk was de emancipatie nodig, natuurlijk is het fijn dat er vrouwentoiletten zijn gekomen, dat wij onze tamponnetjes in een net vuilnisbakje kunnen deponeren, om verstoppinggevaar te voorkomen.
Vrouwen zijn grotendeels gelijkwaardig geworden. Op veel vlakken is dat fantastisch en nodig, maar op het liefdesvlak heb ik mijn twijfels. Mannen en vrouwen zijn van oorsprong niet gelijkwaardig. Mannen moeten kunnen jagen, maar door de gelijkwaardigheid die heerst, raken mannen het jagersinstinct kwijt. Vrouwen zijn geen jagers. Of zijn vrouwen geƫvolueerd in jagers?
Ikzelf jaag wel, anders gebeurt er nooit wat. Een typisch voorbeeld van jagen gebeurde vorige winter. Ik ging uit met mijn beste vriend. Ik had zin in een man en was op jacht. Hij hielp mij zoeken naar een geschikte prooi. De vriend attendeerde mij keer op keer op mannen die veelvuldig naar mij keken. Het was al laat en de lichten gingen aan. Ik had nog geen geschikte prooi, maar het was nog niet te laat. De uitverkoop was begonnen! De uitverkoop is het moment dat de lichten aangaan en iedereen wanhopig naar een prooi zoekt, ware het niet dat dit eerder op de avond niet was gelukt. Meestal valt er weinig te halen in de uitverkoop, al het leuks is al weg. Op die ene na.
Een knappe man, halflang rossig haar, helblauwe ogen, slank en mooi. Op aanraden van de vriend stapte ik op hem af. De vriend stelde een openingszin voor: “Heb ik niet bij jou in de klas gezeten?” Ik gebruikte de openingszin, en hoewel het een erg slecht was, het werkte. Disco! Ik had mijn prooi gevonden en gevangen! Nog geen half uur later stonden we bij mij thuis in de keuken heftig te zoenen, terwijl de kat toekeek. Het begin van een stomende nacht. De volgende ochtend werd ik wakker naast de mooie man en hebben de hete nacht opnieuw beleefd. Daarna zijn we in bad gegaan en hebben afscheid genomen.
Hoewel vrouwen misschien geƫvolueerd zijn in jagers, ben ik een barslechte jager. Jagen zit niet in mijn karakter. Ik jaag wel, maar het is een toneelstuk, een poging tot jagen die meestal slaagt. Ik wil veroverd worden, ik wil dat mannen weer gaan jagen. Ik wil dat mannen niet meer die toeschouwer zijn, maar de initiatiefnemer zijn van het spel der verovering. Ik wil dat mannen zich weer man voelen, geen prooi meer zijn van vrouwen. Het wordt tijd voor de hervorming van de emancipatie!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten