Vier keer afgewezen worden in een jaar tijd, wat doet dat met een meisje? Het verhard. Ik merk dat ik steeds harder word in mijn omgang met mannen. Resoluut en rigoureus. Ik wil niet verdrietig zijn.
Verdrietig ben ik toch, daar doe je niks aan. Wanneer ik zo verdrietig ben, en zwelg in zelfmedelijden, kom ik in een vreemde “schijt-aan-alles-staat”. Ik steek de weg over zonder te kijken, ik rijd door rood licht en ik scheld andere fietsers uit wanneer ze niet “normaal” doen in het verkeer. Dat “niet normaal” doen komt neer op langzaam fietsen, en niet voor mij aan de kant gaan. In deze staat van zijn, voel ik mij het meest prettig. Het is een beetje een gevoel van alles doen wat ik wil, want ik ben zielig. Een puberaal gevoel.
Hoe is het allemaal zover gekomen? Ik was verliefd. De man was mooi, intelligent, charmant, met een voorkeur voor goede muziek en nog veel meer waar ik verliefd op word. Ik had een blind-date met hem, en die pakte goed uit. De blind-date op zich was fantastisch! Ik herinner mij dat ik dronken was, en hij ook, dat hij mij midden op straat optilde en zoende, dat we “Titanic” speelden op de pont, dat we de tango dansten midden op straat, dat we een soort van seks hadden op een bankje in de stad waar veel mensen langs liepen, en dat de barman jaloers werd van ons gezoen.
Die eerste date was eigenlijk het hoogtepunt dat ik met hem beleefde, althans, in mijn beleving, terugkijkend op het geheel. Ik heb het gevoel van die eerste date vastgehouden en geromantiseerd. Want was het echt zo leuk? Of wilde ik het te graag?
De date was leuk en ik wilde te graag. Ik verwijt mezelf niets, het is nou eenmaal zo gelopen. Ik wilde weer verliefd worden, en dat werd ik. Wanneer ik verliefd word, ben ik onzeker, wanneer ik onzeker ben, doe ik een beetje raar. Ik denk duizend dingen tegelijk, word nerveus, en vertel de stomste verhalen. Op de tweede date, hoewel het heel gezellig was, was ik al min of meer raar aan het doen. Ik vertelde verhalen zonder “clue”, en kwam soms vaak maar moeilijk uit mijn woorden. Ook het afscheid was vreemd, hij nam afscheid en nam mij niet mee naar huis. Hoewel dat niet raar hoeft te zijn, het zou ook respectvol kunnen zijn, was ik in de war. Ook omdat ik nooit niet mee naar huis genomen word.
De reden dat ik hem gezegd heb dat ik niet meer met hem af wilde spreken was een gebrek aan verliefde gevoelens van zijn kant. Ik wilde niet mijn hart breken, en haat scheve verwachtingen, dus heb ik gezegd dat ik niet meer met hem af wilde spreken. Ergens had ik wel verwacht dat hij niet verliefd op mij was. Doordat ik al verwachtte dat het klaar was, was ik al een beetje in de “schijt-aan-alles-staat”. Ik had toch al niet gekregen wat ik wilde, en was heel eerlijk.
Hij had mij opgebeld om te zeggen dat hij mijn blog gelezen had. Hij was erg positief en enthousiast, wat ik ergens niet verwachtte, in al mijn nieuw verworven onzekerheid. Het gesprek begon met positieve woorden en een nerveuze ondertoon van zijn kant. Ik was blij met zijn positieve woorden, maar had direct door dat het een negatieve lading had. Hij had mijn blog gelezen en voelde zich aangesproken, hij was de “niet-smsende-man”. Hij dacht dat het tijd was voor een gesprek over duidelijkheid, en dat het nou net over de telefoon moest gebeuren, dat kwam nou eenmaal zo uit. Hij vind mij leuk, maar heeft geen verliefde gevoelens voor mij. Waarop ik besloot hem niet meer te zien. Resoluut en rigoureus.
De vierde keer, in een tijdsbestek van een jaar, afgewezen worden, teleurgesteld zijn in de liefde. Wat doet dat met een meisje? Het verhard. Het is steeds minder pijnlijk. Ergens vind ik dat jammer, dat de intense emoties die ik ooit had ten opzichte van de liefde, langzaamaan zijn afgevlakt door de littekens van eerdere mislukte pogingen uit het verleden.