vrijdag 24 december 2010

Mijn voorland

Op een doordeweekse avond in een café in het centrum van Amsterdam, zag ik mijn toekomst. Mijn treurige toekomst, mijn voorland. Nu ik het idee heb dat ik mijn voorland heb mogen aanschouwen, kan ik er iets aan doen. Ik kan de toekomst naar mijn hand zetten, ik ben de alleen rechter over mijn geschiedenis en toekomst. Dat wil zeggen, vanaf nu.

Het is altijd een treurig gezicht om wanhopige vrouwen van midden dertig op een date te zien. Het is nog treuriger wanneer zo een vrouw zoenend aan de bar hangt, en de man waar zij mee is naar mij en mijn twintiger vriendinnen kijkt, terwijl zij iets vunsigs in zijn oor fluistert.

Dit alles vind ik in de regel erg sneu, arme vrouw. Ik heb medelijden met de vrouw, omdat je kunt zien dat ze graag kinderen wilt. Voortplantingsdrang. Ze neemt met minder genoegen dan dat ze tien jaar geleden zou doen, en overtuigd zichzelf van de aantrekkingskracht van de man.

Ik ben 26 jaar oud, en wil denk ik geen kinderen. Het is mede dankzij dit soort vrouwen, dat ik een vies gezicht trek bij de gedachte aan een zwangerschap. Blegh. Daarnaast vind ik baby’s en kleine kinderen gewoon niet zo leuk. Ik vind ze vies en vervelend. Alles gaat moeizaam als je kleine kinderen om je heen hebt. Even boodschappen doen met een peuter en een dreumes, is een crime. Eerst schoenen aantrekken, dat gaat natuurlijk niet vanzelf, jas aan, ook dat gaat niet vanzelf. Waarschijnlijk als de peuter is aangekleed, en klaar is om naar buiten te gaan, heeft de dreumes net zijn schoentjes weer uitgetrokken, en begint te janken. Wat zou ik dat slecht trekken. Dan zijn er ook nog de snottebellen, poepluiers, uitslag en ziekte. Denk je dat je eindelijk verlost bent, en naar je werk kan gaan, belt het kinderdagverblijf dat Bertje koorts heeft, of je hem op kan komen halen. Ze brengen het natuurlijk als een keuze, maar je weet dat je moet. Kleine kinderen zijn niet mijn kopje thee.

Ik dwaal af, mijn voorland. Waarom ik mijzelf herkende in de treurige vrouw. Op de middelbare school gaf zij mij les. Godsdienst. Ze was destijds een jonge, hippe en leuke juf. De jongens waren een beetje verliefd op haar, en ze kon redelijk goed orde houden. De lessen die ze gaf waren interessant, en zette mij aan het denken. Ik was zonder geloof opgegroeid, en vond het interessant om meer te leren van iemand die haar best deed om het leuk te brengen. Zo gingen we ooit mediteren tijdens de godsdienstles. Tegenwoordig ben ik zelf die jonge, hippe, en leuke juf op een middelbare school. Op het moment dat ik haar zag in de kroeg, wilde ik haar geen gedag zeggen, wat vreemd was, ik vond haar altijd leuk. Ik zag haar zitten, op een barkruk om haar vriendje heen hangend, zoenend, fluisterend. Ik kreeg een gevoel van walging.

Het hele tafereel zag er alles behalve prettig uit. Een zweem van wanhoop straalde van haar af. Ik kon maar een ding denken “rammelende eierstokken”. Ik begrijp het niet, misschien omdat ik zelf totaal geen voortplantingsdrang heb. Ik bedoel, ik hou van seks, maar vind een zwangerschap nog altijd de ergste soa (d.w.z. in mijn geval, natuurlijk prachtig als je er bewust voor kiest).

Het was op die doordeweekse avond, in de kroeg, dat ik een besluit nam. Ik wil nooit zo wanhopig op zoek gaan naar een significant other, naar een zaaddonor. Of ik kinderen wil of niet, ik denk het niet, laat ik van de toekomst afhangen. Ik ben geen fan van kleine kinderen, en zal dat ook niet snel worden. Liever geen kinderen dan die wanhopige vrouw worden.

donderdag 23 december 2010

"De gorilla-man"

Ik werd wakker met een houten hoofd. Een klassieker. Ik werd wakker met een houten hoofd, in een vreemd bed. Ik keek vanuit het vreemde bed uit op een bekende straat. Mooi, ik was in ieder geval in mijn stad. Onder de dekens trof ik een hand aan, een hand op mijn borst. Wie zou er aan de hand vastzitten… Ik draaide mij om en keek recht in het gezicht van een onbekende en onaantrekkelijke man. Ai.

Denk na Denise, denk na. Wie is dit?! Waar was ik voordat ik hier was? Langzaam werd het duidelijk. Ik was ergens aan het dansen met een vriendin. Ik herinner mij nog de laatste momenten die wij samen hadden. We stonden aan de bar, waar net de laatste ronde werd omgeroepen, te kletsen met twee mannen. De man waar ik een uitgebreid gesprek mee had over gorilla’s, zag er goed uit, en was aardig. We hadden een leuk gesprek, en in mijn enthousiasme bood ik hem geloof ik een baan aan. Hij vroeg mijn telefoonnummer, dat gaf ik zonder twijfel.

We werden naar buiten gestuurd, de bar ging dicht. Daar stonden we dan. De vriendin stond te zoenen met de man waar ze vijf minuten eerder nog mee had staan praten, en ik ratelde nog wat over beschermde natuurgebieden en de ernst van het behoud daarvan. Ik keek weer even naar mijn vriendin, die nog steeds aan het zoenen was. Ik herinner mij dat ik het uiterst irritant vond. Ik wilde ook!

En daar ging ik. Ik zei tegen  “De Gorilla-man”: “Ja eh… Ik heb een goed idee, als wij dat (wijzend naar mijn vriendin en zijn vriend) nou ook eens doen, dan kan het nog wel eens leuk worden!” Hij kreeg geen kans om antwoord te geven, ik pakte zijn kraag vast, trok hem naar mij toe en zoende hem. Direct had ik spijt, het duizelde in mijn hoofd. Ik wilde weg daar, lopen. We namen afscheid van mijn vriendin en zijn vriend, en liepen weg.

Het was koud, en ik wilde naar binnen. Ik vroeg hem of hij mij nog mee ging nemen. Na veel gestotter kwam er uit dat dat niet mogelijk was. Hoezo niet?! Hij woonde samen met een meisje. Waarop ik vroeg of zij gewoon een huisgenoot, een ex of zijn vriendin was. Hij antwoordde dat zij zijn ex was. Aha. Een man met bagage. Geen zin in. Wel zin in andere dingen.

Hij vroeg of ik hem mee ging nemen. Nee, dat behoorde niet tot de opties. Ik had echt geen zin in een man met bagage in mijn favoriete plek, mijn bed. Althans niet in mijn eigen bed, daar was hij gewoon niet leuk genoeg voor. Hij deed daar moeilijk over. Ik niet.

Ik stelde voor om naar een hotel te gaan. Dat had ik nog nooit gedaan, en het leek mij wel een goed avontuur. Zo geschiedde. “De Gorilla-man” en ik in een goedkope hotelkamer. Het duizelde niet meer in mijn hoofd, het ging goed met mij! De man was goed en deed alles wat ik van hem vroeg. Fijn vind ik dat. Komt niet vaak voor. Deze man verdween vaak en lang met zijn hoofd tussen mijn benen, dat deed hij heel goed en vakkundig.

Terug naar de goedkope hotelkamer, de morning after. Terwijl de herinnering aan de avond daarvoor een helder feit was geworden, kon ik niet anders dan nadenken. Hij was al wakker en verdween wederom met zijn hoofd tussen mijn benen. Prima. Ik vroeg mij ondertussen af waarom ik het zo erg vond dat de man in kwestie, niet de aantrekkelijke man was die ik de avond daarvoor had ontmoet. Met mijn dronken hoofd had ik een soort “Colin Firth” van de man gemaakt, die hij allerminst was. Was dat erg?

Ooit heb ik mezelf voorgenomen om alleen maar onenightstands te hebben met mannen die ik woest aantrekkelijk vind. Een pact. Wanneer iemand niet perse moedersmooiste is, maar rete charmant, dan is dat interessant. Wanneer een man in mijn ogen interessant is, kan ik er meer mee dan alleen maar seks. Mannen die ik in eerste instantie heel mooi vind, kunnen in gedrag ontzettend onaantrekkelijk zijn. Belangrijker is of iemand een goed mens is. Helaas kun je dat niet direct zien.

Dus, was het erg om met iemand in bed te liggen die de avond daarvoor nog woest aantrekkelijk leek te zijn, maar de volgende ochtend allerminst aantrekkelijk was? Nee. Het was een leuk avontuur, en de seks was goed. Een leuk avontuur is veel waard, en liever met een aardige man, dan met een knap en arrogant exemplaar.

"De gekwetste exen-blik"

Au, au, au en ha, ha, ha… Het welbekende zwarte gat van de vorige nacht, een blur in mijn hoofd, een kater. Het was allemaal begonnen op het werk, met de kerstborrel in het verschiet. Ik werd vrolijk bij de gedachte aan drank en dronkenschap. Ik at, dronk, en worstelde een weg door de sneeuw, op weg naar de kerstborrel. Op de kerstborrel at en dronk ik nog meer, en was niet te stoppen. Ik had er zin in!

Helaas stoppen kerstborrels altijd te vroeg, en samen met een bevriende collega, besloten wij dat we nog niet klaar waren. De fietstocht was een groot avontuur met overal sneeuw. Dankzij de grote hoeveelheid drank in ons lijf, verliep de fietstocht moeizaam. Moeizaam en grappig. Een aantal valpartijen en een plaspauze (ik tussen de auto’s, hij midden op straat) verder, kwamen we bij een stil café aan. Er zat een man aan de bar, er stond een man achter de bar, meer niet. De barman stak een emotionele monoloog af, over de brand die door de straat en de appartementen van zijn buren had gewoed, terwijl wij lallend over ons werk roddelden. Het was saai, we moesten daar weg. Slechte afsluiter. We rekenden af en liepen naar het volgende café. Een café met een band die oude rockklassiekers speelde. Op dat moment prima.

Ik deed 1 stap het café binnen, na een half jaar elkaar niet gezien te hebben, stond hij daar. De mooie man waar ik zo gek op ben geweest. De mooie man waar ik de beste seks van 2010 mee had. De mooie man die mij mijn tupperware teruggaf… Deed het pijn? Niet echt. Ik schrok. Ik vroeg hem hoe het met hem ging, en voegde direct toe dat ik shitfaced was. Mijn redding, dan zou het niet uitmaken wat ik zou zeggen. De perfecte dekking. Hij gaf antwoord en zei dat het goed ging, de rest behoort tot de blur in mijn hoofd. Wat ik nog wel weet, is dat hij achter een meisje aan moest lopen. Waarop ik direct vroeg of het “zijn meisje” was. Hij antwoordde direct en resoluut dat zij dat niet was, en weg was hij. Bah.

Het deed geen pijn. Het deed geen pijn om hem te zien, ik had er minder moeite mee dan ik had gedacht. Wat wel een beetje pijnlijk was, was het feit dat duidelijk werd dat het mij veel meer had gedaan dan dat het hem deed. Het heeft veel pijn gedaan toen het over was tussen ons. Ik was verschrikkelijk verdrietig. Nu heb ik het er niet meer moeilijk mee.

Ik bespeurde bij hem niet de bekende “gekwetste exen-blik”. Een vreselijk onaantrekkelijk gezicht is dat. De man waar je ooit verliefd op was, de mannen-man die jij als vrouw in hem zag, die dat allemaal niet blijkt te zijn. De ooit zo aantrekkelijke man heeft een blik alsof hij tegen zijn tranen vecht. Ik vind niets onaantrekkelijker dan een huilende man. Afschuwelijk vind ik dat. Ik hou er niet van. Mannen moeten vooral man zijn, geen slappe hap. “De gekwetste exen-blik” is een uitdrukking van spijt, verdriet en pijn tezamen. De man die mij mijn tupperware teruggaf had hem niet.

Ondanks mijn dronkenschap, had ik een klein en kort helder moment. Deze ex had dan wel geen “gekwetste exen-blik”,  de norm is dat een van de betrokken partijen wel “De gekwetste exen-blik” heeft, en als hij hem niet had, dan had ik hem! Au. Daar was het, de klap, een kleine klap weliswaar, maar toch.
Ik wilde niet “De gekwetste exen-blik” hebben. Ik wilde eruit zien alsof ik jarig was. Een goede herinnering die je plotseling overspoeld, op een moment dat je op je best bent. Zo wilde ik overkomen. Dankzij de blur in mijn hoofd, heb ik geen idee of het gevoel dat ik wilde hebben, in mijn gedrag tot uiting kwam. Waarschijnlijk niet.

Waarom vind ik het zo erg om zwak over te komen? Je bent toch pas echt sterk als je niet bang bent om je zwaktes te tonen? Stom cliché. Ik wil gewoon niet de “gebeten hond” zijn, de zielenpoot waar men medelijden mee heeft. Want ik ben niet zielig.

“De gekwetste exen-blik” komt niet alleen voor bij mannen die gedumpt zijn. Hoewel zij wel het beste de “De gekwetste exen-blik” vertolken, komt het ook voor bij mannen die mij gedumpt hebben. Sinds een aantal maanden kom ik constant “De jurist” tegen op feestjes. “De jurist” is een ex die mij op ordinaire wijze vlak voor kerst 2009 heeft gedumpt. Hij ging er diezelfde avond (de avond van het dumpen)voor mijn neus met een seksloos meisje vandoor. Dat getuigd van weinig klasse. “De jurist” blijft op ieder feestje waar wij samen zijn om mij heen hangen. Hij houdt mij gedurende het hele feest in de gaten. Heel irritant. Mijn vrienden vinden het dan nodig om hem te pesten. Heel grappig, maar grof. Het kan eigenlijk niet. Wanneer ik hem dan heel even gedag zeg, heeft hij het “De gekwetste exen-blik”… Zo ontzettend vervelend. Het is daarom dat mijn vrienden hem lastig vallen. Volkomen terecht, als er iemand gekwetst zou mogen kijken in dit geval, dan ben ik het wel.

Een andere ex heeft hem ook altijd. Vooral wanneer we elkaar zien, en hij seks met mij wilt. Deze man gebruikt “De gekwetste exen-blik” als machtsmiddel om mij te verleiden. Tevergeefs. Dit is nog nooit iemand gelukt, en hem al helemaal niet. Zijn grote puppy ogen die mij gekwetst en waterig aankijken, ik krijg er spontaan een droge kanarie van.

“De gekwetste exen-blik” komt ook voor wanneer je nog in een relatie zit. Sommige mannen gebruiken “De gekwetste exen-blik” om iets te lijmen. Wanneer ze iets verkeerd hebben gedaan gebruiken ze hem. Als een soort joker wordt hij ingezet. Het werkt niet! Het enige resultaat dat er bij mij wordt geboekt, is een streep eronder, basta. Ik ken geen medelijden wanneer ik “De gekwetste exen-blik” aantref.

Niets is zo seksloos als “De gekwetste exen-blik”. Ik word zo misselijk van. Ik weet dat ik hem nog geregeld tegen ga komen, de typische uitdrukking van zieligheid. Het is ook wel fijn, op die manier zal ik niet snel met een ex in bed belanden. Nog een bijkomend voordeel, ik zal niet snel meer te lang in een relatie blijven hangen. Zolang ik zelf maar nooit meer het gevoel heb dat ik “De gekwetste exen-blik” laat zien, ben ik een vrolijke mevrouw!

zondag 12 december 2010

Vroeger versus Nu

Ik heb mij vaak afgevraagd waarom ik ben wie ik ben. Waarom ik doe wat ik doe. Ik kom uit een normaal gezin. We hebben nooit veel geld gehad, maar gingen elk jaar twee weken op vakantie. Ik had huisdieren, een zus en een eigen kamer met paardenbehang. Mijn vader werkte fulltime, mijn moeder was thuis. Ik groeide op in een dorp, niet ver van Amsterdam. Ik ging naar een kleine openbare basisschool waar mijn zus op zat en ik was alles behalve populair.

Ik herinner mij dat ik altijd wel verliefd was. Ik had soms een paar vriendjes tegelijk, heel typisch, en een daarvan heeft ooit mijn leven gered. Het gebeurde op een zonnige middag in de zomer. Wij woonden in een rijtjeshuis, en in hetzelfde blok woonde mijn vriendje. Mijn vriendje en ik waren onafscheidelijk. De hele zomer speelden we samen buiten bij elkaar in de tuin. Mijn vriendje had een vijver met grote goudvissen in de tuin. Ik vond het prachtig. Ik keek graag naar de goudvissen en wilde met mijn kleine worstenvingertjes de vissen aaien. Dat was verboden. Op een onbewaakt ogenblik, zijn moeder was even boven met de was bezig, stak ik mijn worstige vingertjes uit naar de goudvissen. Het hekje van gaas, dat voor de vijver was gezet om ongelukken te voorkomen, boog mee met het gewicht van mijn dikke kinderlijfje. Het volgende moment lag ik in de vijver. Ik kwam er niet uit en was met mijn hoofd onder water. Terwijl de moeder van mijn vriendje mij vanuit het raam op de eerste verdieping zag vallen, en zich naar beneden haastte, viel zij van de trap. Mijn vriendje trok mij ondertussen aan mijn lange blonde haren uit de vijver. Gered.

Eenmaal een jaar of drie op de basisschool, was het over met het succes in de liefde. Ik had geen vriendjes meer en viel kennelijk op onbereikbare stoute jongetjes. De jongetjes waar ik verliefd op werd, waren altijd de jongetjes die stoer en populair waren. Geen reddingsacties meer. Ooit heb ik eens een Valentijnskaart in iemands laatje gestopt. Ik had de kaart van mijn zakgeld gekocht, het was een dure kaart, met knuffelende beertjes. Met grote zorg schreef ik de volgende tekst in de kaart: “Lieve ******, Wil je verkering met mij? Ik ben al heel lang verliefd op je…” Kort, maar duidelijk, dacht ik. Ik was niet zo een heel slim kind, en bedacht niet dat mijn naam er niet onder stond. Ik dacht dat je Valentijnskaarten anoniem moest versturen. Ik weet nog goed dat ik aan mijn zus vertelde dat ik de kaart in ****** zijn laatje had gestopt. Mijn zus vertelde mij spottend dat hij niet zou weten van wie het kaartje was, en dus nooit verkering met mij zou nemen. Daar kwam ****** heel snel achter en vertelde aan iedereen dat hij de betreffende Valentijnskaart van mij had gekregen, en dat hij mij stom vond. Gelukkig ging ik een jaar later naar de mavo, en ****** en ik kwamen elkaar niet meer tegen.

Op de mavo had ik een fan. De grootste nerd van de school was hopeloos verliefd op mij. Dat stoorde mij mateloos. Ik pestte hem zodat hij mij niet meer leuk zou vinden. Heel gemeen. Vier jaar lang, was hij verliefd op mij, zelfs na die vier jaar kwam ik hem nog wel eens tegen, hij had altijd weer die verliefde en gekwetste blik in zijn ogen. Op de mavo werd nooit iemand, behalve hij dan, verliefd op mij. Ik zou hem best nog eens tegen willen komen om mijn excuses aan te bieden.

Ik kan het niet helpen om een onzinnige vergelijking te maken. Tegenwoordig wordt ook niemand verliefd op mij. Ik ben natuurlijk zo op het eerste gezicht een vreselijk makkelijk meisje. Ik doe niet moeilijk over seks, zie het als een vanzelfsprekende afsluiting van een leuke date. Daarnaast ben ik grappig en best een aardige gesprekspartner. Ik denk dat ik wel een leuk iemand ben om mee om te gaan. Daarnaast claim ik niet en wil ik veroverd worden.

Dat veroverd willen worden is een zwak punt. Ik ben niet duidelijk over mijn gevoelens. Ik denk dat mannen snel denken dat ik gewoon op zoek ben naar een vriendschap. Hier gaat het mis. Ik heb vrienden en ben echt niet op zoek naar nieuwe vrienden. Nieuwe mensen ontmoeten vind ik prima, maar “Friends with benefits” , daar zit ik echt niet op te wachten. Ik word namelijk verliefd. Snel en ongecontroleerd. Mijn gevoel slaat op hol. Gelukkig is dit zo vaak gebeurd, dat de verliefdheid ook net zo snel weer over gaat, als dat hij komt.

Mijn zus had altijd wat meer succes met jongens. Meestal werden ze eerst verliefd op mijn zus, en wanneer zij ze afwees, probeerden ze het bij mij. Heel stom vond ik dat. Ik wees ze natuurlijk als vanzelfsprekend ook af. Misschien dat mijn zus meer succes had, omdat ze wat neutraler was. Ze zag er best goed uit voor een puber, en droeg hele normale kleding. Heel casual. Ze kon ook prachtig zingen, dat vonden jongens natuurlijk wel interessant. Ik kon niet zingen en had veel pukkels. Daarnaast droeg ik rare kleding, de afdankertjes van mijn zus gecombineerd met mijn eigen vreemde smaak.

Mijn zus is het tegenovergestelde van mij. Zij is getrouwd, heeft een koopwoning in een nieuwbouwwijk en twee kinderen. Mijn zus heeft nog nooit een sigaret, dan wel iets anders gerookt. Mijn zus gaat bijna nooit uit. Ik vraag mij af waarom wij zo verschillend zijn. Tot mijn vijftiende hebben we een zo goed als gelijk leven gehad. Op mijn vijftiende leerde ik andere mensen kennen en werd mijn wereldje heel anders.

Vanaf dat moment ben ik drastisch veranderd, van een redelijk lief meisje in een blowende, boze puber. Het voelde alsof ik eindelijk ging leven. Ik had jarenlang geen vriendjes en was daar ook niet erg mee bezig. Ik ontwikkelde mezelf tot wie ik nu ben. Waarom ik ben wie ik ben? Waarom ik doe wat ik doe? Ik heb een vaag idee. Wat ik in ieder geval zeker weet is dat ik best tevreden ben. Ik zou niet getrouwd willen zijn, twee kinderen willen hebben en in een koopwoning wonen. Ik wil vrij zijn. Ik wil leven. En dat doe ik. 

Penny Lane

Een klassieke zaterdagmiddag kater… Ik zou die avond naar een feest gaan dat al helemaal uitverkocht was, en ik had geen kaartje. Dat maakte mijn gemoedstoestand er niet beter op, en wanhopig probeerde ik alle lijntjes uit te zetten om nog een kaartje te bemachtigen. Lowlands was ook al uitverkocht, en natuurlijk heb ik daar nu ook geen kaartje voor. Verdomme! Ik plaatste een oproep op facebook. Terwijl ik dat deed, begon mijn ex met mij te chatten. Hij vertelde dat hij die woensdag naar een optreden van een band ging, waar ik vroeger veel naar luisterde. En… er waren nog kaarten!! Direct bestelde ik kaartjes, en dat was dat.

Mijn favoriete katerfilm is absoluut “Almost Famous”. Het verhaal gaat over een jonge jongen die een verhaal voor “Rolling Stone Magazine” schrijft over een up-and-coming rockband. De jongen gaat mee op tour en komt terecht in een wereld van groupies, drugs en rock&roll. De belangrijkste groupie in het verhaal is “Penny Lane”. Ik heb een soort fascinatie voor groupies en rocksterren.

In mijn kindertijd, ik moet ongeveer acht jaar oud zijn geweest, werd ik verliefd op een jongen op een poster. Robbie Williams. Mijn zus had een abonnement op een tienertijdschrift, en ik zag een artikel met poster over “Take That”. Ik was opslag verliefd! Mijn zus merkte op dat ze ook muziek maakte, ik had geen idee. Een aantal weken later had ik een cd van “Take That” op een bandje van een klasgenootje opgenomen. Prachtig vond ik het. De “Take That-manie” ging heel ver. Ik kocht posters, hing mijn kamer vol, kuste mijn posters, praatte tegen mijn posters en zong ieder liedje fonetisch mee. Ik schreef hele epistels naar het kinderprogramma “geef nooit op…”. Ik schreef over “Take That-wensen”, ik wilde de twee dingen waar ik het meest van hield om te doen combineren. Ik wilde paardrijden met “Take That”. Nooit heb ik een antwoord op mijn brieven gehad, en nooit heb ik ze ontmoet. De “take That-manie” ging niet over toen ze uit elkaar waren, ik was ontroostbaar en zou ze voor altijd trouw blijven. Dat was niet waar. Ik was ze niet lang daarna niet meer trouw. Ik ging naar de middelbare school, en “Take That” was snel vergeten.

Niet lang na die “Take That-periode” kwam er een nieuwe fase, “Hanson”. Ook hier was het weer liefde op het eerste gezicht… Ik keek de hele dag MTV en TMF om maar een glimp op te vangen van mijn helden. In die tijd was internet nog niet zo vanzelfsprekend, dus dagen aan de tv geplakt zitten om je lief te zien, was heel normaal. Ik had niet veel zakgeld, en mocht nog niet werken, ik was net te jong. Dus de cd kon ik niet betalen. Ik vergeet nooit dat we op vakantie gingen en mijn zus als verassing de cd van “Hanson” voor mij had gekocht. Ik was intens gelukkig. Na twee dagen kon ik ieder nummer meezingen. Ik kocht posters, hing mijn kamer vol, kuste mijn posters, praatte tegen mijn posters, hield een plakboek bij met daarin alle interviews  en zong  de hele dag “Hanson” liedjes. Ik vertelde iedereen hoe fantastisch “Hanson” was, ik leek wel een jehova getuige die het woord van god predikte. Ik droeg zelfs dezelfde kleding als mijn helden. Ik wilde ze zo graag een keer ontmoeten. En dat gebeurde. Nou ja, ontmoeten is een groot woord. Taylor, de middelste, stond voor mijn neus, en zei: “Hi”, en ik, ik zei niets. Ik klapte dicht. En dat was dat. Niet lang daarna kreeg ik mijn eerste vriendje. Niet lang daarna schaamde ik mij een beetje voor mijn “Hanson-manie”. En daar stopte het.

Tegenwoordig ben ik geen fan meer, tegenwoordig klap ik niet meer dicht als er een “beroemdheid” voor mijn neus staat. Terug naar het optreden van de band waar ik naartoe zou gaan. Ik had al een paar glazen wijn op, en zin! Zin in het optreden, zin in bier, zin in dansen. Het voorprogramma was afschuwelijk, een soort mislukte “Glamrock band” zonder “Glam”. Des te beter, dan zou het optreden niet tegenvallen. En dat deed het niet. Ze kwamen het podium op, en daar gebeurde het, daar stond hij. De gitarist. Oei, honing in mijn broekje! Het gevoel van “Fan-zijn” zette op, net als vroeger… En hij had een baard! Ik heb een vreselijk zwak voor mannen met baarden, wat vind ik ze heet. Ik schreeuwde in mijn vriendin haar oor: “HIJ IS VOOR MIJ!!!!”. Zo onrealistisch. Wanhopig probeerde ik tijdens de eerste twee nummers zijn aandacht te trekken. Het begon sneu te worden, dus besloot ik ermee op te houden en verder te dansen. De grote hit van de band werd gespeeld, en een vriend gaf mij een voetje, ik zat op de rand van het podium! Mijn vrienden schreeuwde dat ik moest gaan staan, ik durfde niet goed, vond het een beetje ver gaan, tot ik mij omdraaide en naar de zanger keek. Hij reikte zijn hand. Ik wist niet hoe snel ik op moest springen, de zanger wist niet hoe snel hij mij van het podium moest krijgen. Hij tilde mij op en ik kwam backstage terecht, waar ik direct weer de zaal in werd gestuurd. Daar ging mijn kans. Althans, dat dacht ik. Na het optreden dansten we nog wat, en na een tijdje vertrokken we richting garderobe. Daar stond hij. De gitarist, midden in de zaal. Mijn vriendin duwde mij tegen hem aan, ik ontweek hem net en liep cool door. Verdomme, daar ging mijn kans! Aangespoord door mijn vrienden liep ik terug en vroeg hem of hij mee ging wat drinken. Hij zei JA!

Aangekomen bij een van de leukste cafés daar in de buurt, dronken we bier, maakten grapjes en praatten over van alles. God, ik was dronken. Het café ging dicht en er waren nog geen vorderingen, behalve dan dat we nog niet van plan waren om te stoppen met drinken. We zijn naar de bar van zijn hotel gegaan en dronken nog meer bier. Scheelkijkend van het bier, vond ik een flesje poppers in mijn tas. We namen poppers. Ik had hem goed zitten en besloot te stoppen met drinken.

Helaas ging ook de bar van het hotel sluiten. Nu moest er iets gebeuren! Ik vroeg hem wat hij ging doen, stamelend zei hij dat hij geen idee had. Fuck, het kwam op mij aan. Ik vroeg hem of hij mij nog ging uitnodigen. Spannend. Hij zei volmondig ja. Halleluja! Eindelijk! Hij regelde een kamer, en we gingen naar boven.

Daar stonden we dan, in een hotelkamer. Onhandig en ongemakkelijk. Hij liet zichzelf op het bed vallen. Fuck, het kwam weer op mij aan. Ik ging bovenop hem zitten en we zoenden. We zoenden, raakten elkaar aan, kleedde elkaar uit, kusten lichaamsdelen, en de rest vertel ik niet. Het was passioneel en goed. Ik was fan!

De volgende ochtend was een herhaling van de stomende nacht en nog even lagen we tegen elkaar aan. Het was fijn. Tijd om op te staan, hij zou direct verder gaan met de tour, ik moest werken. We namen afscheid. Alleen achter gebleven in de warme hotelkamer probeerde ik op te staan, het zweet brak me aan alle kanten uit. Een vreselijke kater was meester over mijn lichaam. Misselijk probeerde ik mij aan te kleden. Het ging niet. Ik bleef even liggen. De deur van de kamer ging open, daar was hij weer! Hij vroeg of hij een foto van mij mocht maken, en vroeg mijn e-mailadres. Hij kwam nog even bij mij liggen. Fijn. Hij vertrok, en ik nam een douche.

Alles ging moeizaam, mijn lichaam deed pijn, en werkte niet mee. Opvallend op tijd kwam ik aan op mijn werk. Verder met de dagelijkse bezigheden, het ging maar net. Op dat moment wilde ik niets liever dan met mijn kater in bed liggen en mijn favoriete katerfilm kijken. Mijn favoriete katerfilm, met mijn favoriete groupie. Ik voelde mij heel even “Penny Lane”...